Opnieuw over China “De gedachten zijn vrij. Wie kan ze beletten?”

Door Mark Demesmaeker op 18 april 2019

Op 4 oktober van vorig jaar debatteerden wij in het Europees Parlement over de massale willekeurige detentie van Oeigoeren en Kazakken in de Autonome Regio Xinjiang. Ik citeerde het beginvers van één van de oudste Duitse protestliederen tegen onderdrukking van de vrijheid: “De gedachten zijn vrij. Wie kan ze beletten?” En toch is dat precies wat de Chinese overheid probeert. Al wat niet past binnen het één China-beleid, wordt platgewalst. In Xinjiang met de Oeigoeren en Kazakken, en in Tibet met de Tibetanen. Het is een uitgekiende strategie: een zacht imago naar de buitenwereld, gericht op economische samenwerking, ook met EU-lidstaten, in de verwachting dat kritiek op het interne beleid zal verstommen. Intern echter gaat men zijn gang met vele politieke gevangenen die men probeert te genezen van hun ideologische ziekte tot hun gedachten zuiver zijn. Achter het China dat zich openstelt voor de wereld gaat een meedogenloos staatsapparaat schuil. In Europa treuren we terecht om de Notre Dame, een monument van de Europese cultuur dat bijna verloren ging, terwijl in China de verwoesting van evenzeer eeuwenoude gebedshuizen onverstoord kan plaatsgrijpen.

Ik herhaal daarom wat ik vorig jaar zei: de EU heeft de plicht om de Chinese autoriteiten in duidelijke taal te vragen de vervolging te stoppen, de gevangenen vrij te laten, de kampen te sluiten. “De gedachten zijn vrij” en geen overheid die dat kan beletten.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is