Europese biodiversiteit in de kijker

Door Mark Demesmaeker op 23 mei 2013, over deze onderwerpen: Europees Parlement, Klimaat, Leefmilieu

22 mei is de 'internationale dag van de biodiversiteit'. Op deze dag, uitgeroepen door de Verenigde Naties, staat het internationale biodiversiteitsverdrag uit 1992 in de kijker. Het verdrag was een van de resultaten van de gekende Rio-conferentie voor duurzaamheid. Die conferentie stelde de klimaatopwarming en de dalende biodiversiteit centraal en was ook de aanzet voor het Kyoto-protocol.

Meer dan 20 jaar later zijn zowel de klimaatopwarming als biodiversiteit brandend actueel. Als plaatsvervangend lid van de milieucommissie in het Europese Parlement volg ik belangrijke dossiers over deze thema’s mee op.

Er liggen momenteel twee belangrijke dossiers over biodiversiteit voor in de commissie.

Ten eerste is er de ratificatie van het zogenoemde 'Protocol van Nagoya'. Dit protocol werd eind 2010 goedgekeurd en is een toevoeging aan het oorspronkelijke biodiversiteitsverdrag. Het gaat specifiek over de toegang tot genetische rijkdommen en het verdelen van de daaruit voortvloeiende baten. Zo maakt het een meer expliciete koppeling tussen het in stand houden van biodiversiteit en de daarmee verbonden volkeren en kennis.

Momenteel discussiëren we in het Europese Parlement over de omzetting van het Protocol naar Europese wetgeving. Om optimaal de biodiversiteit te beschermen, is een Europees kader nodig. Een van de heikele punten is hoeveel we willen investeren in de bescherming van onze biodiversiteit. Natuurbehoud kost geld. We moeten voldoende financiering voorzien. We stemmen hierover begin juli in de milieucommissie. Hopelijk met een goed resultaat voor de Europese biodiversiteit.

Het tweede dossier, zo mogelijk nog belangrijker, is de Europese wetgeving over teeltmateriaal. Hieronder valt voornamelijk de regulering van zaden. Er is veel ophef geweest over een mogelijke verplichting in de toekomst standaard zaadgoed te gebruiken. Onder andere De Morgen bracht een artikel onder de kop "Europa plant controle op kleinschalige teelt van fruit en groenten". Voor kleine telers en/of zeldzame variëteiten van zaadgoed zou dit rampzalig zijn. Dat kunnen we vanzelfsprekend niet toelaten.

De Commissie heeft op 6 mei haar voorstellen gepubliceerd, die we met veel aandacht hebben bestudeerd. De eerste berichtgeving bleek voorbarig: de voorstellen voorzien ruimte voor kleinschalige teelt en zeldzame of oude variëteiten. Zo zijn er onder andere:
 

  • enkele uitzonderingen voor ondernemingen die minder dan 10 werknemers tellen en een balanstotaal hebben van maximum 2 miljoen EUR;
  •  een vrijstelling van de registratiekosten voor kleinschalige telers;
  •  de mogelijkheid om oude of zeldzame variëteiten op de markt te brengen als 'nicheproduct', waarbij de verplichtingen beperkt worden.

Op het eerst zicht is dit een geruststelling. Toch bevat de voorgestelde wetgeving nog genoeg elementen waaraan wijzigingen nodig zijn. Een duidelijke wetgeving op Europees niveau is een goede zaak, maar dit moet met de nodige zorg en terughoudendheid gebeuren.

Tot nu toe waren er 12 verschillende Europese richtlijnen over zaden. Deze worden vervangen door één grote verordening. Het verschil tussen een richtlijn en een verordening is dat de eerste door de lidstaten moet worden omgezet in nationale wetgeving. Bij een verordening is de Europese wettekst rechtstreeks van toepassing, en is omzetting overbodig.

Bij een richtlijn hebben de lidstaten en deelstaten een zekere vrijheid om de wetgeving te interpreteren en toe te passen op de eigenheid van de regio. Zo kunnen ze bijvoorbeeld rekening houden met verschillende landbouwtradities. De vrees bestaat nu - niet volkomen onterecht - dat één verordening die rechtstreeks geldt in alle 27 lidstaten te weinig flexibiliteit toelaat. Sommigen gaan zelfs zo ver te stellen dat de nieuwe wetgeving 'op Amerikaanse leest is geschoeid', en vooral is geschreven voor grote multinationals. 

Voor mij blijft het essentieel om de meerwaarde te benadrukken van lokale en/of kleinschalige teelt. Bovendien zijn ook planten die niet commercieel zijn, bijvoorbeeld oude rassen geteeld door hobbytelers, de moeite om te behouden. De manier waarop we omgaan met voeding en landbouw hangt nauw samen met onze behandeling van tradities en kleinschalige teelt en ons respect voor het milieu. Vanuit die zorg zet ik mij volop in om de nieuwe wetgeving over zaden zoveel mogelijk bij te sturen, zodat kleinschalige teelt voor particulieren en professionelen gevrijwaard blijft van Europese regeldrift. Ook dat zal bijdragen aan het beschermen van de biodiversiteit.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is